Visie en werkwijze

Praktijkgericht onderzoek

Een academische werkplaats is een netwerk waar verschillende actoren – personen met autisme en hun direct betrokkenen, professionelen, beleidsmakers en onderzoekers – elk vanuit hun eigen expertise nauw samenwerken aan het opzetten en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. Praktijkervaringen en wetenschappelijk onderzoek leveren binnen de academische werkplaats elk een eigen belangrijke bijdrage. Via onderlinge kennis- en ervaringsuitwisseling ontstaat kruisbestuiving en wordt de verbinding tussen praktijk en wetenschap gestimuleerd. Het onderzoek is hierdoor relevant voor de praktijk en de wetenschappelijke kennis vindt gemakkelijker haar weg naar de praktijk. Binnen praktijkorganisaties wordt men zich meer bewust van het belang van methodisch en evidence-based werken. Praktijkorganisaties leren zo ook zelf onderzoek te doen in functie van kwaliteitsverbetering.

Participatief onderzoek

Daarnaast zijn de projecten binnen AWA participatief van aard. Binnen AWA wordt de autismegemeenschap betrokken in verschillende fasen van het onderzoek: bij het bepalen van de onderzoeksprioriteiten, het selecteren van projecten, het uitwerken van de onderzoeksopzet en de te gebruiken instrumenten, de dataverzameling, de interpretatie van resultaten en communicatie van bevindingen naar de praktijk. Zo zorgen we ervoor dat ons onderzoek relevant is en blijft voor mensen met autisme zelf.

Interventieonderzoek

De Academische Werkplaats Autisme richt zich specifiek op het verder ontwikkelen, evalueren en verbeteren van interventies voor personen met autisme en hun direct betrokkenen. Onder interventies verstaan we allerlei verschillende vormen van sensibilisering, preventie, ondersteuning, begeleiding en behandeling, gaande van bijvoorbeeld preventieve maatregelen, apps of andere technologische toepassingen, tot kort- of langdurende begeleidings- of behandelingsprogramma’s. Deze interventies dienen gericht te zijn op het bevorderen van participatiekansen in de maatschappij. Hierbij richten we ons vooral op interventies die momenteel reeds in de praktijk gebruikt worden maar die nog niet of onvoldoende wetenschappelijk onderzocht zijn. Daarnaast willen we ook interventies die internationaal in onderzoek effectief zijn gebleken, evalueren op hun toepasbaarheid en werkzaamheid in Vlaanderen. Wanneer men in de praktijk heeft ervaren dat iets werkt, willen we dit verder onderbouwen en onderzoeken of we dit effect ook op een meer objectieve wijze kunnen aantonen. En zo ja, wat er dan precies voor zorgt dat het werkt of hoe het werkt. Ook is het belangrijk om meer te weten te komen over wat bij wie werkt. Deze kennis over interventies willen we breed verspreiden en vrij toegankelijk maken, bijvoorbeeld door draaiboeken van effectieve interventies te delen op onze website.

Methodisch kader

We maken hierbij gebruik van een methodisch kader rond praktijkgestuurd onderzoek naar interventies, ook wel ‘de effectladder’ (Van Yperen, Veerman & Bijl, 2017) genoemd.

De effectladder: methodisch kader voor praktijkgericht onderzoek (van Yperen, Veerman & Bijl, 2017, p.34)

Op basis van deze effectladder is het mogelijk om het ontwikkelingsniveau van een interventie te bepalen. Deze bepaling geeft een indicatie van welke onderzoeksactiviteiten nodig zijn om een interventie verder te ontwikkelen en/of effectiviteit aan te tonen. De eerste stappen op de effectladder zijn niet altijd eenvoudig te zetten, omdat interventies vaak complex zijn en soms moeilijk expliciet te maken. Een interventie bestaat vaak uit meerdere componenten en wordt bovendien afhankelijk van de setting, de professional en de cliënt vaak op verschillende manieren uitgevoerd. Wanneer een interventie echter onvoldoende omschreven is, heeft verder wetenschappelijk onderzoek naar deze interventie nog geen zin. De resultaten zouden dan weinigzeggend zijn en het is dan niet mogelijk dat een interventie ook door anderen op dezelfde wijze wordt uitgevoerd of dat onderzoek wordt gerepliceerd. Het is daarom belangrijk om onderzoeksactiviteiten te laten aansluiten bij het huidige ontwikkelingsniveau van de interventie en de mate van bewijskracht voor effectiviteit van de interventie steeds verder uit te bouwen. Onderzoek op de eerste stappen van de effectladder, zoals het uitwerken van een draaiboek, nagaan van waarom een interventie werkt of onderzoeken of doelstellingen bereikt zijn, is vaak direct relevant voor de praktijk. Inzichten uit dit onderzoek kunnen ook helpen om de interventie bij te sturen, indien nodig.